nlen

Internationalisering

Vanaf 2017 is er sprake van een belangrijke wijziging in de inning van rechten op het online gebied in andere landen, die voortvloeit uit de Europese richtlijn collectief beheer. Deze richtlijn regelt onder meer hoe wij namens onze rechthebbenden rechtstreeks voor online muziekgebruik kunnen incasseren in meerdere landen.

Onze rechthebbenden zijn daartoe dan niet langer afhankelijk van onze zusterorganisaties. Dat prikkelt enerzijds de Europese CBO’s tot samenwerking om schaalvoordelen te behalen en daarmee de rechten voor hun leden zo efficiënt mogelijk te innen. Anderzijds zet het ook aan tot onderlinge concurrentie om een zo goed mogelijke propositie te bieden aan rechthebbenden en gebruikers van muziek.

De nieuwe situatie past bij een wereld waarin onlinemuziekdiensten een steeds groter deel van markt vormen. Rechthebbenden willen ook in dat deel van de markt op een efficiënte wijze hun rechten op internationaal gebruik verzilveren. Tegelijkertijd zal er ook in de toekomst waarschijnlijk sprake zijn van een versnippering in het innen en distribueren van rechten. Gebruikers als Spotify zijn namelijk niet klaar met het sluiten van één contract met een CBO want, naast andere CBO’s, contracteren ook (Anglo-Amerikaanse) uitgevers van muziek zelf rechtstreeks met dergelijke platforms.

Voorsorteren op internationalisering

Onze strategie is al enkele jaren gericht op het aangaan van internationale samenwerkingen omdat we ervan overtuigd zijn dat dat de beste strategie is voor het realiseren en borgen van billijke opbrengsten voor rechthebbenden. In dat kader is onze aansluiting bij de database van ICE essentieel. Buma/Stemra werd in 2014 de eerste klant van ICE, en heeft het actieve deel van haar eigen database met 1,5 miljoen werken in maart 2015 overgedragen. De samenwerking met ICE Online/NMP valt niet los te zien van deze ontwikkeling: deze organisatie verzorgt – eveneens vanaf half maart 2015 – de registratie en administratieve verwerking van miljarden downloads en streams op online platformen. Met deze samenwerkingen zitten we in de kopgroep van CBO’s in de wijze waarop we inspelen op internationalisering.

Dit levert ons – en daarmee de rechthebbenden – uiteindelijk kostenefficiency op want in eigen beheer is het inrichten van een backoffice voor deze online platformen met massale volumes veel duurder. Deze stap is verder ook essentieel om in te spelen op de eisen die een nieuwe Europese Richtlijn Collectief Beheer stelt. Een niet te onderschatten wijziging daarin ziet op het pan-Europees licentiëren van online gebruik wat de komende jaren verder zal worden doorgevoerd. We gaan dan rechtstreeks voor het repertoire van de bij ons aangesloten rechthebbenden afspraken maken met online muziekplatforms die entertainment bieden in meerdere landen (zoals iTunes of Spotify) en hebben daar geen andere Europese beheerorganisaties meer bij nodig. Als gevolg van de genoemde samenwerkingen zijn we in staat om dit goed en efficiënt te doen.

In 2015 hebben we het eerste contract in dit verband afgesloten met iTunes en onze inzet is dat meerdere partijen volgen. We zien de opkomst van pan-Europees licentiëren van online gebruik nadrukkelijk niet alleen als een verplichting die voortkomt uit Europese regelgeving maar ook als een kans, mede in samenwerking met krachtige internationale zusterorganisaties, om onze slagkracht te versterken en daarmee een krachtige positie te behouden. Ook hier geldt weer dat dit direct in het belang is voor onze rechthebbenden: een krachtig Buma/Stemra dat de concurrentie met andere CBO’s aankan vertaalt zich immers in een maximale opbrengst voor hun werken.